Korenwereld.nl

Anthonie van den Ende

Schrijver

Een eenvoudige zaak (detective)  e-book: 

Dit korte verhaal is begin maart 2012 ingezonden voor de schrijfwedstrijd Auteurs with Talant

Voetenvegend betrad Han Vlaar de smalle gang van het kantoortje aan de Scheveningse Jurriaan Kokstraat en werd verwelkomd door de eigenaar van het bureau. Het was woensdagmiddag, het regende en er stond een stevige wind; een normaal beeld voor november. Het kantoor van Hennycon BV was eenvoudig van opzet. Het was vroeger een woning met een kamer en-suite en aan het eind van de lange gang een ruime keuken die nu als kantine dienst deed. In de voorkamer stonden nu twee bureaus, in de achterkamer was plaats voor een bureau en een vergadertafel. De zakelijke uitstraling werd door TL-verlichting benadrukt. Hennycon BV was een bureau dat zich had gespecialiseerd in scheepsbouwkundige constructies, voornamelijk op het gebied van kabelleggers. Al het tekenwerk werd op computers gedaan, maar voor de echte tekeningen was een grote uitlegtafel in de voorkamer neergezet met daaronder een brede ladenkast.

“Meneer Vlaar? Henny Bredevoort is de naam. Komt u verder. Smerig weer hè?”

“Zeker! Gelukkig woon ik vlakbij.” Han verwachtte een vraag over zijn adres, maar die bleef uit. Henny Bredevoort was gespannen en deed een beetje afwezig. Zijn opmerking over het weer was eerder een blijk van beleefdheid, dan van betrokkenheid. Hij liep de achterkamer in en bood Han een plaats aan de vergadertafel aan. “Koffie?”, zei hij.

“Graag. Zwart alstublieft.” Han deed zijn jas uit, hing hem over een stoel en keek in de rondte. Kapstokken kennen ze hier blijkbaar niet, dacht hij.

Henny zette even later twee gele mokken op tafel.

“Meneer Vlaar, ik heb uw naam doorgekregen van een goede kennis van mij. Hij beval u aan omdat u, volgens hem, verschillende zaken in korte tijd en naar tevredenheid hebt opgelost. Het gaat over een probleem waarmee we deze week zijn geconfronteerd. Bent u bereid, of liever; heeft u tijd om voor ons een onderzoek uit te voeren?” Hij keek Han vertwijfeld aan.

“Ja, ik heb tijd, maar ik wil wel eerst weten waar het over gaat.”

“Goed, ik zal bij het begin beginnen. Vorige week donderdagavond is bij één van onze medewerkers een hoeveelheid benzine door de brievenbus gegooid en in brand gestoken. Gelukkig werd het door een voorbijganger opgemerkt en kon de boel op tijd worden geblust. We dachten dat het om een zieke grap ging, maar gisteren kregen we een brief waarin werd gedreigd met meer van dit soort acties als wij onze prijzen niet onmiddellijk zouden verlagen. Het uurtarief stond erbij. Het zou in een advertentie in de Scheveningse krant kenbaar gemaakt moeten worden. Ik legde het geval gisterenavond aan een kennis voor, die me naar u doorverwees. Als we de politie inschakelen is heel Scheveningen platgebrand voordat ze in actie komen. Vandaar, begrijpt u?”

Han had in de gaten dat Henny niet tegen deze druk opgewassen was, hij kwam moeilijk uit zijn woorden.

“Oké, ik neem de klus aan. Ik wil graag een kopie van de brief, heeft u die voor mij?”

Henny greep vanuit zijn stoel een map van zijn bureau met kleurenkopieën van de brief en envelop. Hij had een verslag van het voorval bijgevoegd. Han bestudeerde de inhoud van de brief. Het was geprint, zag er, wat inhoud betreft, simpel uit en bevatte een aantal taalfouten.

“Merkwaardig,” constateerde hij, “hebben jullie concurrenten?”

“Ja, maar zo zou ik het eigenlijk niet willen noemen. We gaan erg goed met elkaar om. We geven elkaar opdrachten door of helpen elkaar als er teveel werk is. Er zijn, naast ons, maar twee belangrijke spelers in deze markt: TreFoMa Offshore, een groot ingenieursbureau in Schiedam en Leendert van den Bosch, een eenmansbedrijfje in Voorburg.”

“Zijn jullie dan zo duur? Iemand wil jullie tarief blijkbaar omlaag hebben?”

Henny voelde zich een beetje ongemakkelijk; het was voor hem een onderwerp dat niemand iets aanging.

“Tja, wat is duur? We zijn iets goedkoper dan TreFoMa Offshore en veel duurder dan Leendert van den Bosch. Leendert heeft voor jaren werk, dus ik zou niet weten wat voor belang hij bij een prijsverlaging zou hebben.”

“Weet u of uw concurrentie ook een dergelijke brief heeft gekregen?”

“Ik zou het niet weten. We hebben er niet naar gevraagd.”

Han noteerde de naam van de contactpersoon bij TreFoMa Offshore en vertrok.

Hij liep, diep in de kraag gedoken, door de poort van de Korendijkstraat naar zijn vissershuisje in de Zeilstraat. Het bureau van Hennycon BV lag praktisch om de hoek. Hij bestudeerde de envelop van de dreigbrief en zag dat de brief vorige week vrijdag in Voorburg was gepost; waarschijnlijk heeft de post niet de gelegenheid gehad om de brief zaterdag te bezorgen, op maandag bezorgen ze niet, vandaar dat hij gisteren was bezorgd. Hij concludeerde dat ze die advertentie in de Scheveningse krant nooit meer zouden redden, want die verschijnt vandaag. De aanslag op de voordeur was bij Karel Velthoven in de Kotterstraat, een paar minuten lopen van zijn huis. Hij belde naar Henny Bredevoort:

“Dag meneer Bredevoort, met Han Vlaar. Ik heb nog een vraag: hoeveel mensen heeft u in dienst?”

“We zijn met z'n drieën.”

“Het adres van Karel Velthoven heb ik, maar ik zou graag de andere twee adressen willen hebben.”

“Ik woon in Zoetermeer aan de Jessicagang nummer 56 en Jan Heldering woont in Wateringen aan de Margrietstraat nummer 21.”

Han wist genoeg, groette, hing op en belde de contactpersoon van TreFoMa Offshore. Hij vernam dat zij geen dreigbrief hadden ontvangen.

Het poststempel op de envelop was voor Han aanleiding om Leendert van den Bosch eens te bezoeken. Hij zocht op Internet naar Leendert van den Bosch en vond een keurige site met een dito presentatie van zijn kennis en kunde. Han klikte op het kopje 'historie' en las dat Leendert van origine uit Scheveningen kwam en tien jaar geleden naar Voorburg was verhuisd. Hij pakte de telefoon en belde Leendert voor een afspraak.

Het huis van Leendert aan de Prins Bernhardlaan in Voorburg was het eerste in een rijtje van drie en had links een carport waar een zilvergrijze BMW geparkeerd stond. Han parkeerde zijn auto voor het huis en liep door de onophoudelijk vallende regen de grote voortuin door. Hij keek om zich heen en zag dat Leendert onmogelijk in de financiële zorgen kon zitten. Er stond een broodmagere man van achterin de vijftig onder het afdakje van de voordeur een sigaret te roken. Toen hij Han zag aankomen drukte hij de sigaret uit. “U bent zeker meneer Vlaar? Komt u verder.”

Ze liepen door een ruime hal en direct een open trap op. Elke trede van de trap was rondom bedekt met een andere kleur hoogpolige vloerbedekking. “Heeft mijn vrouw uitgekozen”, zei hij. Hij wist wat elke gast die de trap beklom, wilde vragen. Op de eerste etage liepen ze een grote werkkamer binnen, waarin een enorm bureau met vier grote beeldschermen stond. Aan de andere kant stond een grote, ouderwetse tekentafel. Het interieur was van een heel andere stijl dan de rest van het huis. De hal en de trap waren opzichtig modern met felle kleuren, maar de werkkamer was klassiek en sober. Aan de wand hingen familieportretten. Leendert zag dat Han ernaar keek.

“Dat zijn mijn drie zoons en mijn vrouw. Onze zoons zijn al getrouwd en het huis uit. Ik heb vijf kleinkinderen. Dat is mijn vrouw Kirsten, ze houdt er niet van als er in huis wordt gerookt, vandaar dat ik het buiten doe.”

Han bekeek het portret nog eens goed. Kirsten was een stuk groter dan Leendert en zeker twee keer zo zwaar.

“Maar waar kwam u precies voor?”, vroeg Leendert nieuwsgierig.

Han twijfelde of hij de echte reden moest vertellen.

“Ik ben met een onderzoek bezig voor Hennycon BV. Ze hebben een probleem en ik ben aangesteld om dat te onderzoeken.” Hij vond dat hij het goed had geformuleerd. “U komt van Scheveningen, las ik?”

“Ja, Kirsten en ik zijn in Scheveningen opgegroeid. We hebben tot tien jaar geleden in de Van Brederodestraat gewoond. Mijn bedrijfje ging erg goed maar het was er veel te klein. We hebben toen de boel verkocht en zijn hierheen verhuisd. De afgelopen jaren zijn mijn zoons het huis uit gegaan en nu is het eigenlijk veel te groot, maar Kirsten wil hier niet weg.”

“Komt u nog vaak op Scheveningen?”

“Alleen voor mijn vader. Daar ga ik elk weekend even langs. Kirsten zit op een zwemvereniging in zwembad De Blinkert, dus die gaat elke donderdagavond in Scheveningen een stukje zwemmen met oude bekenden.”

Han keek nog eens naar de foto's.

“Hoe gaat het met de zaken? Heeft u nog genoeg werk?”

“Meneer Vlaar, ik zit tot mijn oren in het werk. Ik heb opdrachten voor de komende twee jaar”, zei hij trots.

Han wist genoeg. Leendert kón de man van de dreigbrief niet zijn. Hij dankte Leendert voor de openhartigheid en gaf aan te vertrekken. Op een dressoir in de hal lag een stapeltje folders van een homeopaat in Voorburg dat Hans aandacht trok.

“Dat is de homeopaat waar mijn vrouw werkt. Ze is er administratief medewerkster.”

Aan de toon van zijn stem hoorde Han dat Leendert het niet zo met homeopaten op had. Hij nam een folder van het stapeltje en deed het in zijn zak.

Het begon al te schemeren toen Han over de Landscheidingsweg terug naar Scheveningen reed. Hij dacht na over het bezoek. Kirsten was afgelopen donderdag in de gelegenheid geweest, maar waarom zou ze zoiets doen als brandstichting en dreigbrieven. Hij nam zich voor om morgen Kirsten eens te bellen.

Het was donderdagochtend. De regen had plaatsgemaakt voor zon en blauwe luchten met hier en daar een wolkje. Han had zijn dagelijks rondje hardlopen achter de rug, had gedoucht en zat achter zijn bureau. Hij had lang over de rol van Kirsten van den Bosch nagedacht, maar kon niet bedenken wat haar motief zou kunnen zijn. Hij pakte de telefoon en belde de homeopaat in Voorburg.

“Met Van Helder homeopathie, met Kirsten spreekt u!”

Ze had een harde stem, alsof ze een dove te woord moest staan.

“U spreekt met Epscheuten van de Scheveningse krant”, zei Han glimlachend. Hij had de naam net verzonnen en vond hem wel grappig klinken. Aan de andere kant van de lijn was de verbazing te voelen.

“Ja, wat kan ik voor u doen?” Ze klonk alsof ze de zaak niet vertrouwde. Net toen Han wat wilde zeggen zei ze er achteraan: “Epscheuten is een rare naam.”

Zoiets zeg je toch nooit tegen een klant, dacht hij; wat onprofessioneel.

“Oh, dat zeggen wel meer mensen. Dat komt omdat de naam Van Epscheuten nogal vaak in grappen wordt gebruikt. Mijn naam is Epscheuten, niet Van Epscheuten.”

“Oh, nou begrijp ik het! Wat kan ik voor u doen, meneer Epscheuten?!”

“Nou, het gaat om de advertentie in de Scheveningse krant. De krant is gisteren bezorgd, maar de advertentie is door omstandigheden niet geplaatst, net als een stel andere advertenties.”

Han was even stil om de reactie af te wachten. Kirsten wist niet wat ze moest zeggen en zei uiteindelijk: “Hoe bedoelt u, niet geplaatst?”

“Nou, de advertentie van de homeopathie-praktijk.”

“Oh, bedoelt u dat, ik dacht dat het ergens anders over ging. Ik geef het wel door hoor, meneer Epscheuten!”

Han wist nu zeker dat zij het was die de brand had gesticht en de brief had gestuurd. Hij hing zonder te groeten op en belde het zwembad De Blinkert. De zwemvereniging begon elke donderdagavond om kwart over zeven met de zweminstructies en eindigde om acht uur.

Om kwart over acht liep Kirsten van den Bosch samen met een andere vrouw, luid kletsend het zwembad uit. Het was al een paar uur donker. Han volgde op enige afstand. Ze liepen Scheveningen door en kwamen uiteindelijk in de Kotterstraat waar de vrouw het huis met de geblakerde deur in ging. Het was het huis van Karel Velthoven. Kirsten liep verder naar de Kolenwagenslag en hield stil bij een lichtblauwe Fort Ka. Han keek vanaf de overkant toe. Ze ging in de auto zitten, deed de binnenverlichting aan en pakte een rugtas van de achterbank. Ze was een minuut met iets bezig, stapte uit, deed de rugtas op haar rug en liep de Kolenwagenslag af in de richting van de Keizerstraat. Han volgde haar de Keizerstraat in, rechtsaf de Marcelisstraat door en linksaf de Jurriaan Kokstraat in. Hij kon raden wat ze van plan was. Vlak bij het kantoor van Hennycon BV haalde ze de rugtas van haar rug, haalde een met een vloeistof gevuld, plastic zakje tevoorschijn en gooide het hard tegen de voordeur. Het barstte open; de vloeistof droop over de deur. Kirsten pakte iets uit de rugtas dat Han herkende als een luciferdoosje. Ze haalde een lucifer eruit en streek hem aan. Op hetzelfde moment stond ze in brand. De rugtas brandde als een fakkel en het vuur sloeg direct over op haar rug. Het gebeurde in een seconde. Han stond als versteend van afstand toe te kijken. Het zakje had vloeistof gelekt en dat was ook in haar kleren terecht gekomen. In paniek sloeg ze om zich heen. Han wilde naar haar toe gaan om te helpen, maar Kirsten sloeg als een dolle om zich heen en rende in blinde paniek de weg op. Een brommer had dat niet verwacht, probeerde uit te wijken en reed in volle vaart tegen haar aan. Ze sloeg over de brommer heen en nam de man in haar val mee. De brommer gleed tollend over de weg en raakte een tegemoetkomende auto. Gillend rolde Kirsten over de straat om de vlammen uit te krijgen. De man van de brommer bleef gewond liggen terwijl de automobilist een brandblusser uit zijn auto pakte en naar Kirsten rende. Even later hing een mist over de straat door het werk van de brandblusser. Han kon alleen toekijken; hij had niet verwacht dat het allemaal zo snel zou gaan.

De dagen erna vernam hij via Karel Velthoven dat Kirsten al een tijd antidepressiva slikte en aan waanideeën leed. In haar beleving mocht niemand, voor hetzelfde werk, een hoger uurtarief rekenen dan dat van haar Leendert. Grotere bedrijven mochten dat wel, omdat die in haar ogen meer overheadkosten hadden. Gelijkwaardige bedrijven zoals Hennycon BV mochten dat niet. Een reden voor rigoureuze maatregelen die voor haar normaal waren, maar voor een normaal mens onbegrijpelijk. De familie Velthoven was diep geschokt over het feit dat een goede vriendin zoiets kon doen. Kirsten heeft het voorval overleefd en wacht een veroordeling. Han Vlaar heeft de helft van zijn kosten aan Hennycon BV gedeclareerd; het probleem heeft zichzelf opgelost zonder zijn tussenkomst; het was een eenvoudige zaak. Ze waren tevredenheid met zijn verslag.