Korenwereld.nl

Anthonie van den Ende

Schrijver

De mijlenzweep (sciencefiction)  e-book:

Dit korte verhaal is begin maart 2012 ingezonden voor de schrijfwedstrijd Auteurs with Talant

Harmen werd gewekt door het hoge zoemen van een alarm en wist meteen in welke situatie hij zich bevond. Hij projecteerde een lege kubus in zijn gedachten en concentreerde zich daarop. Het was dé manier om rustig te blijven; hersenactiviteit kost zuurstof. Aan de binnenkant van zijn vizier werden de niveaus van het leefsysteem geprojecteerd. Het alarm betrof het brandstofniveau van de stuurraketjes. De rest van de niveaus was voldoende om hem hooguit dertig uur in leven te houden. Harmen bleef hoop houden, maar hield er rekening mee dat hij het niet zou overleven. Even haalde een diepe verontwaardiging hem uit zijn meditatie. Woede borrelde op: ze hadden hem zomaar achtergelaten.

“Kadet Kredal,” had Henry Presnel, de schipper gezegd, “de bakboordsensor is defect. Jij moet hem gaan vervangen.”

Kadet Harmen Kredal controleerde, zoals hij geleerd had, alle voorzieningen in het ruimtepak, pakte de sensor en een doos met gereedschap, ging de sluis door en zweefde naar de bakboordvleugel. Hij zag dat Henry Presnel uit het raam naar hem keek. Op het moment dat hij een stuk gereedschap pakte, gingen ze er vandoor. Hij protesteerde tevergeefs door de intercom; binnen een paar seconden waren ze niet meer te zien. Hij zweefde verloren door de asteroïdengordel en merkte dat hij ten opzichte van de asteroïden voortbewoog. Hij stuurde in de richting van een groot exemplaar en hoopte dat daar een basisstation was dat zijn oproep zou horen. Het duurde echter veel langer dan hij verwachtte; vele uren gingen voorbij.

Hij begreep wel waarom ze hem hadden geloosd: hij deed niet mee aan de smokkelactiviteiten die Henry Presnel als bijverdienste voor ieder bemanningslid had ingesteld. De patrouille was juist ingericht om smokkelbendes aan te pakken, voor Presnel was dat een gat in de markt. Harmen wilde een blanco strafblad houden en weigerde mee te delen in de opbrengsten. De schipper vond dat blijkbaar te riskant voor zijn onderneming en stelde meteen een voorbeeld door hem overboord te zetten.

Harmen probeerde zich weer te concentreren op de denkbeeldige lege kubus. Langzaam keerde de rust in zijn hoofd terug en bracht hem in een halfslaap.

De mijlenzweep kon hij niet zien aankomen. Een slappe kabel sloeg hard om hem heen en perste de lucht uit zijn longen. De plotselinge verandering van de druk in zijn pak en de geweldige klap van de zweep sloegen hem bewusteloos. Hij kreeg niet de kans te begrijpen wat er gebeurde. De mijlenzweep wikkelde zich een aantal keren om hem heen als een tentakel van een vreemd wezen. Als een aan de haak geslagen vis werd hij naar de asteroïde, die hem van achteren was genaderd, getrokken.

Hij kwam bij in een aangenaam warme kamer zonder ramen en keek verbaasd om zich heen. Eenvoudige, maar heldere lampjes verlichtten de ruimte. Het enige dat hij zich kon herinneren was een klap en toen niets meer. Hij lag op een kaal, zacht bed en voelde dat er een geringe zwaartekracht aanwezig was. Hij kreunde toen hij probeerde te gaan zitten. Zijn ribben deden nog pijn van de klap van de mijlenzweep. Op het moment dat hij van het bed opstond ging de deur open en verscheen een slanke, wat pezige, jonge vrouw. Ze droeg haar lange haar in een brede vlecht op haar rug en was gekleed in een eenvoudig, dun gewaad dat met een ceintuur om haar middel bijeen werd gehouden. Haar gezicht was ongewoon hoekig, maar had een voor hem oogverblindende perfectie. Ze keek hem vriendelijk, doordringend aan. Harmen realiseerde zich dat hij naakt was en voelde zich opeens erg ongemakkelijk. De vrouw reikte hem een kledingstuk aan. Ze keek toe hoe hij de trepa, het traditionele gewaad, aandeed. Hij rolde het rechthoekige kledingstuk uit en stak zijn hoofd door het gat in het midden. Het viel soepel, zonder een kreuk, over zijn lichaam. De vrouw had een gevlochten koord in haar linker hand, liep naar Harmen toe en reikte met beide handen achter zijn rug, om het koord om zijn middel te binden. Haar zachte borsten drukten tegen tegen hem aan. Een gevoel van warmte en rust stroomde door hem heen. Het was een gebaar van een intiem welkom.

“Mijn naam is Haribe. U bent op de asteroïde Juli. Uw naam is Pellan.” Ze sprak perfect Galactisch zonder enig accent en op zo'n stellige manier dat Harmen niet tegen zijn nieuwe naam durfde protesteren. Hij nam zich voor dat hij voortaan maar Pellan heette.

“Komt u mee!”, zei Haribe. Pellan was blij dat hij niet meer, met de dood voor ogen, in dat benauwde ruimtepak zat en zag de situatie als een kans. Hij volgde Haribe voorzichtig door de gangen. Door de geringe zwaartekracht kon hij zich moeilijk op de been houden; Haribe pakte hem bij een hand. Als ze een bocht naderden, hield ze in en liep dan langzaam en schuin de bocht door, optimaal gebruik makend van de geringe wrijving tussen hun blote voeten en de warme stenen vloer. Pellan volgde haar bewegingen en had al snel door hoe hij zich moest voortbewegen. Af en toe passeerden ze een raam waardoor een maanachtig landschap te zien was; ze liepen in een bergwand en naderden een groot gat in de vloer. Haribe pakte Pellans hand vast en trok hem mee de diepte in. Hij schrok, maar de snelheid waarmee ze de tien meter naar beneden vielen was gering. Het neerkomen leek op een aardse sprong van een krukje. Beneden zag Pellan een vrouw aan komen lopen die behoedzaam afremde, even stilstond, door de knieën zakte en de tien meter omhoog sprong. Langs de wand was een verticale leuning aangebracht, waaraan men zich omhoog kon trekken. Trappen waren op Juli niet nodig.

Ze betraden een enorme lichte hal met in het midden een glazen kubus van ongeveer twintig meter in het vierkant. In de kubus was een zwembad waarin een groot aantal naakte vrouwen wild speelden. Water schoot door de kubus tegen de glazen wanden, terwijl de vrouwen heen en weer vlogen alsof ze gewichtloos waren. Het vrolijke gegil was duidelijk te horen. Pellan zag een grote rode bal door de kubus vliegen waar de vrouwen het op voorzien hadden. Om de kubus stond een grote groep vrouwen glimlachend toe te kijken.

Het viel hem op dat er alleen vrouwen waren; hij had nog geen man gezien en moest aan de verhalen van de Amazónes denken, de vrouwelijke strijders uit de Griekse mythologie. Hij kreeg een angstig gevoel; hij zou toch niet als een mannetje van een zwarte weduwe worden misbruikt en vervolgens opgegeten? Hij voelde zich plots minder op zijn gemak.

Ze waren de enorme hal doorgelopen en naderden een brede deur die automatisch voor ze open ging. Haribe hield in voordat ze de opening bereikten, een teken dat ze op tijd stil moesten staan.

Ze kwamen tot stilstand in een grote, maar relatief lage zaal met rondom schilderingen van groene landschappen die zo realistisch waren dat het leek alsof ze buiten waren. Het plafond was voorzien van geschilderde wijnranken waartussen een blauwe hemel een zacht, helder licht uitstraalde. Er stond een lange, oogstrelend mooie, gebeeldhouwde hardstenen tafel die aan beide kanten als boomwortels in de zandkleurige vloer leek te verdwijnen. Achter de tafel zaten zeven magere, oude mannen, allen voorzien van witte baard en kalend hoofd. Ze keken hem met glinsterende ogen aan. Ze leken ontroerd hem te zien. Hij verdrong de gedachte van de zwarte weduwe.

“Pellan,” zei de middelste man, “wij willen onze dank uitspreken voor uw komst. U weet niet hoe blij we zijn dat we u hebben kunnen redden. Wij zijn de raad van zeven van Juli, de centrale raad van het Dodeca-stelsel. Mijn naam is Vier. Haribe zal u de achtergronden vertellen, maar eerst willen wij u vragen of u onderdeel wilt uitmaken van onze bevolking. Wilt u dat?”

Voor het eerst sinds zijn verblijf op Juli sprak Pellan: “Ik kan me niet voorstellen dat ik een andere keus heb.” Hij vond zichzelf een beetje hard en ondankbaar overkomen en had direct spijt van zijn uitspraak. Vier glimlachte begripvol.

“Pellan, Wij kunnen u op een ruimteschip zetten als u dat wilt, maar die komt over ongeveer vier aardjaren. Als u geen onderdeel van Juli wenst uit te maken, wordt u zolang in afzondering gehouden. Wij hebben u met de mijlenzweep gered en volgens ons recht kunnen wij met u doen wat wij willen. Wij hebben echter uitgevonden dat u over technische kennis beschikt; u had zelfs uiterst modern gereedschap bij u. U bent daarom bijzonder waardevol voor ons. Wij bieden u een uitstekend verblijf op Juli, tot u de gelegenheid krijgt op een ruimteschip te stappen.”

Hij hoefde niet lang na te denken; hij stemde in; de raad was tevreden.

Hij werd bij Haribe ingekwartierd. Ze had een groot, prachtig ingericht huis, uitgehouwen in de rotswand, met een groot, dik venster dat uitzicht bood op de enorme laagvlakte. Af en toe sloeg er een kleine meteoriet in die stof omhoog blies dat langzaam op Juli neerdaalde. Hij werd door Haribe verzorgd. Ze sliepen samen op het grote kale bed dat van een vreemd aanvoelend, maar heel confortabel, zacht schuim was gemaakt. Dekens hadden ze niet op Juli; textiel was schaars en alleen voor kleding bedoeld. De heldere, hete ster zorgde voor een tropisch warme leefomgeving; kleding was alleen voor bedekking. Iedere inwoner had maar één kledingstuk, de trepa die elke nacht werd gereinigd. Pellan was snel aan Haribe en de manier van leven gewend. Ze was hoofd van de centrale technische adviesraad van het Dodeca-stelsel, een hoge functie die direct onder de raad van zeven viel. Pellan werd aangesteld als onafhankelijk technisch adviseur.

Het Dodeca-stelsel had een afnemend aantal van ongeveer driehonderdduizend bewoners, met maar twee procent mannen. Door een speling van de natuur werden sinds veertig jaar alleen nog meisjes geboren. Men vermoedde dat de invloed van de ster de oorzaak van het verschijnsel was. Alle nog levende mannen waren inmiddels op leeftijd. Uit hun midden werd de raad van zeven gekozen.

Juli was met een doorsnede van 700 kilometer de grootste asteroïde van het afgelegen Dodeca-stelsel. Het bestond uit twaalf asteroïden die, als kralen aan een armband, met elkaar waren verbonden door twaalf enorme, stalen bruggen van gemiddeld 400 kilometer lang. Het stelsel draaide in twee jaar rond een hete ster van spectraalklasse A. Door de gezamenlijke massa hadden alle asteroïden in het Dodeca-stelsel een grotere zwaartekracht gekregen. Het draaide langzaam rond zodat het een ritme van dag en nacht had. Elke asteroïde had haar eigen specialiteiten, die van Juli was techniek; vandaar het bijzondere welkom voor Pellan, de werktuigkundige. Hij werkte hard en bracht bijna wekelijks goed onderbouwde, uitgewerkte adviezen uit op het gebied van communicatie, infrastructuur en klimaatbeheersing. Alle adviezen werden door de centrale technische adviesraad beoordeeld, goedgekeurd en uitgevoerd. Hij was binnen korte tijd, als enige jonge man, een graag geziene verschijning op Juli. Haribe was trots op haar Pellan. Op een avond draaide ze zich op bed naar hem toe en kuste hem voor het eerst warm en gemeend. Hij glimlachte en reageerde met een goedkeurend gekreun. Alsof het vanzelf ging, bedreven ze lang en hartstochtelijk de liefde. Tijdens de paring fluisterde ze Pellan in het oor dat ze altijd de zijne zou zijn. Vanaf dat moment waren ze man en vrouw. Tot grote vreugde van het stelsel schonk Haribe in drie jaar tijd het leven aan drie zonen. Pellan en Haribe verwierven door deze prestatie groot aanzien.

Toen binnen een week twee leden van de raad van zeven overleden, werd Pellan tot lid van de raad gekozen. Hij was nu een van de invloedrijkste personen van het stelsel en liet een, bij de functie horende, baard staan.

Er waren, sinds de redding met de mijlenzweep, vier jaren verstreken, toen een ruimteschip het stelsel aandeed. Het Dodeca-stelsel produceerde hardstenen kunstwerken, die in het hele universum gretig aftrek vonden. In ruil voor de kunstwerken werden voornamelijk zaden en textiel ingevoerd. Pellan had in zijn vroegere leven van de hardstenen kostbaarheden gehoord. Hij wist dat alleen de allerrijksten ze konden betalen. De handelaren hadden de kunstwerken bekeken en wilden met de raad van zeven over de prijs onderhandelen. De raad kwam voor de gelegenheid in de tafelzaal bijeen. Er verschenen twee mannen waarvan Pellan er één direct herkende als Henry Presnel, degene die hem in de ruimte had achtergelaten. Presnel keek vol bewondering naar de tafel; zijn ogen glinsterden. Er ging een rilling van woede en achterdocht door Pellan heen. Hij keek Henry Presnel recht in de ogen en merkte dat deze hem niet herkende. Voordat er iets was gezegd nam Pellan het woord.

“Ik schors deze bijeenkomst voor onbepaalde tijd!”, zei hij beslist en gebaarde dat de gasten moesten verdwijnen. De overige leden van de raad voelden dat er iets niet in de haak was en steunden hem door hun stilzwijgen. Pellan gelastte direct een onderzoek naar de herkomst en bemanning van het schip. Het onderzoek werd uitgevoerd door een gespecialiseerd team dat de volgende dag verslag uitbracht. Het schip bleek van de universele overheid te zijn. De bemanning had geen machtiging voor het drijven van handel. De raad gelastte de gevangenneming van de bemanning. De twee mannen die zich voordeden als handelaren bleven in hun cel; alle wapens en handelswaren werden in beslag genomen en verbeurd verklaard; de bemanning werd gebrandmerkt en mocht met het schip vertrekken. Er werd een bericht naar de Galactische raad gestuurd met een verslag van het voorval. De raad van zeven veroordeelde de twee zogenaamde handelaren tot verwijdering met de mijlenzweep. Ze werden de volgende morgen in hun eigen ruimtepak met de machtige mijlenzweep de oneindigheid ingeslingerd. De zweep gaf de mannen een snelheid van ongeveer honderd kilometer per seconde. Als ze de versnelling overleefd zouden hebben, hadden ze voor vier uren zuurstof. In die tijd legden ze anderhalf miljoen kilometer af.

Na de uitvoering van het vonnis voelde Pellan zich opgelucht. Hij had goed gehandeld; de raad prees hem om zijn wijsheid. In de grote hal van Juli stond Haribe met hun drie zonen te wachten. Haribe straalde een geluk uit dat hem diep raakte; hij zou nooit meer van Juli weggaan. Ze deden hun trepa uit en stapten samen het kubusbad binnen om mee te doen aan het waterbal.