Korenwereld.nl

Anthonie van den Ende

Schrijver

De mikkende meeuw  e-book:

Op een stenen bank in de buurt van het Scheveningse Kurhaus zat een jong stel op de zonsondergang te wachten. Ze waren beiden voorzien van een grote bak frietjes met veel mayonaise. Voordat hij ging zitten had zij de bank eerst grondig geïnspecteerd. Ze hadden al zes maanden en twaalf dagen verkering; zij hield het nauwkeurig bij. Af en toe keek ze naar hem om te controleren of hij niet naar andere meisjes keek; ze was nogal bezitterig. Ze had lang, stijl blond haar en stak in veel te dure, opzichtige kleren; ze moest er perfect uitzien bij haar knappe jongen. Hij vond het allemaal wel best. Hij had al jaren dezelfde bomberjack en zwarte spijkerbroek. Haar verzoeken om iets anders aan te schaffen werden door hem steevast genegeerd. Als ze in de duurdere kledingzaken waren, bleef ze altijd bij rekken vol merkkleding staan en wees hem op de voor haar geweldige jassen die hem zo mooi zouden staan. Met een strak gezicht zei hij dan dat hij tevreden was met zijn jas en dat hij ze niet mooi vond. Hij wilde niet laten blijken dat hij er geen geld voor had.
Voor hun voeten scharrelde een meeuw naar etensresten. De jongen keek naar de vogel en schopte plotseling naar het beest dat verschrikt opvloog. Een moment later viel er een blanke kladder uit de lucht precies in de bak frietjes van het meisje. Heel even keek ze vol afschuw naar de vieze drap over haar patatjes en gooide met een duwbeweging de bak walgend voor zich op de straat. Hij had alles gezien en vond het hoogst vermakelijk. Hij lachte terwijl hij nog een frietje met mayonaise naar binnen werkte. Ze keek hem vernietigend aan en stond woedend op.
“Jij had die meeuw ook niet moeten laten schrikken. Gadverdarrie!”
Ze keek nog even met een vies gezicht naar de frietjes die verspreid op straat lagen en deed walgend een stap achteruit. De jongen staarde haar een moment met grote ogen aan en proestte het ineens uit van de lach. Er liepen tranen over zijn wangen terwijl hij met zijn vrije hand op zijn knie sloeg van de pret. Het verwende blonde meisje kon het absoluut niet waarderen, ze ontstak in woede, keek om zich heen en zag dat er mensen hun richting uit keken. Ze probeerde hem nog te bedaren, maar het hielp niet.
“Klootzak!”, riep ze opeens. Haar opgebouwde aanzien viel voor haar als een kaartenhuis ineen. Het kon haar allemaal niets meer schelen. Met een gerichte beweging sloeg ze zijn bak frietjes uit zijn handen. De bak vloog door de lucht en belandde een paar meter verderop op straat. Ze had verwacht dat hij wel zou inbinden, maar dat deed hij niet. Hij bleef tot haar afgrijzen door grinniken. Nu was het genoeg.
“Bekijk jij het maar, klootzak!”, zei ze nog terwijl ze woedend wegbeende. De jongen keek haar even na, stond op en zag dat de frietjes ondertussen door een groep meeuwen werd opgeruimd. Hij haalde zijn schouders op, zuchtte even en liep de andere kant uit om een nieuwe bak frietjes te kopen. Hij ging vanavond maar weer eens met vrienden op stap. Die meeuw had goed gemikt, dacht hij lachend, een mooi verhaal voor vanavond.