Korenwereld.nl

Anthonie van den Ende

Schrijver

Leonore, vrouw van het bos.  e-book:

(fantasy)

“Kra, wat doe jij hier, jij hoort hier niet!”
Leonore keek om zich zich heen. Waar kwam die stem vandaan?
“Kra, je moet niet denken dat je hier levend uitkomt!”
Ze keek omhoog en zag de kraai. Hij zat op een tak van de oude eikenboom.
“Nou ga je me toch niet vertellen dat jij kunt praten?”, zei Leonore. Ze was een beetje gepikeerd door de toon van de kraai en de plotselinge confrontatie. Ze wilde eigenlijk geholpen worden en nu zat er zo'n stomme kraai te beweren dat ze het er niet levend vanaf zou brengen.
“Kra, je hoort me toch, eigenwijs loeder!”
“Zeg, je lijkt mijn moeder wel. Kun je niet een beetje vriendelijker doen en me gewoon helpen?”
“Kra, ik weet meer dan jij en ik zeg je dat jij hier niet hoort!”
Een andere stem mengde zich in het gesprek.
“Hoehoe, luister niet naar hem. Het is een kraai zonder hersenen.”
Leonore zocht in de eik naar de andere stem, maar kon zo gauw niets ontdekken.
“Wie zegt dat?” Ze wilde weten wie die andere stem was.
“Hoehoe, ik ben Hoeroe de uil. Laat die kraai maar praten en luister liever naar mij, ik kan je helpen.”
“Ik zoek de weg naar huis. Het begint al te schemeren. Waar moet ik naartoe? Kan jij me helpen?”
“Hoehoe, natuurlijk kan ik dat, maar ik wil er wat voor terug hebben.”
Leonore huiverde bij het voorstel van de uil. Ze vertrouwde hem ineens niet meer.
“Als uilen zo wijs zijn, waarom wil je me dan alleen helpen als je er iets voor krijgt?”
“Hoehoe, nou, dan niet, dan zoek je het maar uit.”
Ze zocht nog steeds tussen de takken of ze de uil kon zien, maar kon hem niet ontdekken. De moed zonk Leonore in de schoenen. Ze durfde niet nog verder te gaan nu het donker begon te worden. De eik leek haar een veilige plaats: een beschutting voor het kwaad dat door het bos zwierf en het op haar gemunt had. Ze zocht om de enorme stam en vond tussen een paar dikke wortels een beschutte plek. Ze kroop tegen de boom aan en maakte zich zo klein mogelijk terwijl ze haar jas over zich heen trok. Langzaam zakte de zon achter de horizon. Het bos werd koud en donker. Ze kroop nog dieper in de plek tussen de boomwortels en trok haar jas dichter om zich heen om zo min mogelijk lichaamswarmte verloren te laten gaan.
“Pst, vrouwmens, hoor je mij?”
Een zacht stemmetje klonk dicht bij haar oor. Voorzichtig probeerde ze te zien wat het was dat haar aansprak. Haar ogen waren al gewend aan het beetje licht dat de maan door het bladerdak liet doordringen. Ze zag niets. “Waar ben je?”, vroeg ze zacht.
“Pst, ik ben hier.”
Leonore keek nog eens goed. Ze zag een klein muisje vlak bij haar op de boomwortel zitten.
“Kan jij me helpen?”
“Pst, nee, dat kan ik niet. Ik ken alleen deze plek waar mijn familie is. Je moet echt wachten tot het weer licht wordt, dan kun je weer verder.”
“Is het hier gevaarlijk?”
“Pst, als je in je holletje blijft, zal er niets gebeuren. Heb jij iets bijzonders bij je?”
“Waarom vraag je dat? Die uil wilde ook al wat van me. Wat willen jullie toch van me?”
“Pst, jij kunt toveren.”
“Hoe kom je daarbij? Ik kan helemaal niet toveren.”
“Pst, jawel, dat kun je wel. Je kunt met de dieren praten, dus je kunt ook toveren.”
“Ik wist niet eens dat ik met dieren kon praten.”
“Pst, weet je nu dat je met dieren kunt praten?”
“Ja, hoezo?”
“Pst, dan weet je ook dat je kunt toveren.”
“Ik zou wel willen, maar ik zou echt niet weten hoe ik dat zou moeten doen.”
“Pst, heb je wat gekregen dat je in je tas bewaart?”
“Ja, ik heb een cadeau van mijn tante Heleen gekregen. Ik mocht het pas thuis uitpakken.”
“Pst, dan zou ik dat maar eens uitpakken en tover dan wat moois voor mij. Die uil wilde dat jij iets voor hem toverde; hij wilde mij. Maar hij gaat me nooit krijgen. Pak dat cadeau uit en tover iets waar ik wat aan heb.”
Leonore nam haar tas en haalde het cadeau eruit. Ze kon het in het licht van de volle maan net zien. Het was een in cadeaupapier verpakt langwerpig doosje. Misschien was het wel een ketting of een horloge. Ze scheurde het papier van het doosje en opende het. Op witte watten lag een donker houten stokje van twintig centimeter lang. Tante Heleen had gezegd dat heel bijzonder was en dat ze het pas thuis mocht uitpakken. “Gebruik het met wijsheid”, had ze gezegd. Tante Heleen legde beide handen op het hoofd van Leonore en zei woorden die ze niet begreep. Toen zei ze: “Leonore, jij gaat mijn werk overnemen. Je zult vanzelf weten wat je moet doen. Ik zal over je waken. Je bent zestien, maak de goede keuzes. Kies met wijsheid, kies met je hart.”
Ze omhelsde haar innig toen Leonore naar huis ging. Tante Heleen was heel ziek. Leonore zag haar tranen toen ze vertrok.
Het stokje lag op de witte watten op haar te wachten. Ze voelde een onweerstaanbare drang om het te pakken. Bijna automatisch nam ze het stokje met haar rechter hand uit de witte watten. Een warme gloed gleed door haar lichaam. Ze voelde een vreemde kracht bezit van haar nemen. Voor haar ogen verscheen het beeld van tante Heleen. “Leonore, jij bent nu de vrouw van het bos. Ik zal altijd bij je zijn.”
Leonore keek verwonderd om zich heen. Ze kon alles duidelijk waarnemen. Ze zag geen licht, maar voelde alles om haar heen en kon alles in haar gedachten plaatsen, een intense beleving van haar omgeving. Ze wist precies waar de uil zich in de eik verschool. Ze had het niet koud meer en stond op uit haar schuilplaats. Alle angst was verdwenen.
“Pst, vrouw van het bos, tover iets voor mij”, zei de muis.
Leonore dacht na. Ze wist dat ze krachten had gekregen en moest wijs handelen. Ze dacht aan de uil en aan de muis die haar had geholpen. Ze kreeg een idee. Ze concentreerde zich op het idee en richtte het stokje op de muis. Een korte, zwakke flits kwam uit het stokje en raakte de muis. Het was Leonores eerste toverkunst. De muis stond op zijn achterpoten en wreef trots over zijn oersterke harnas. In zijn andere pootje hielt hij stoer een kleine sabel vast. Op zijn kopje stak een mooi hoedje met een kleine pluim erop.
“Pst, dank je wel, vrouw van het bos. Dank je wel. Ik lust die uil rauw.”
Leonore glimlachte tevreden.
“Nou, muis, ik ga maar eens. Ik weet de weg ineens weer. Bedankt voor je hulp, het ga je goed.”
“Pst, dag Leonore, vrouw van het bos, het ga je goed.”
Ze glimlachte. Hij wist haar naam.