Korenwereld.nl

Anthonie van den Ende

Schrijver

Grammink   e-book:

Dit korte verhaal is juni 2012 ingezonden voor de schrijfwedstrijd Literair Zeist - LiteratuurPrijs Zeist 2012.

Op een zaterdagmiddag in mei sprak ik met Henk Vente, een oude schoolvriend waarmee ik elke zaterdagmiddag een balletje sla op de tennisbanen in de bossen bij Elskerk, een rustig plaatsje in het groene, glooiende Gelderse landschap. Hij vertelde me een verhaal waarover ik, met zijn toestem-ming en zonder namen te noemen, een artikel schreef in de regionale krant; ik werk er sinds vijf jaar op de redactie. Het artikel verscheen de maandag erop en had een impact die ik niet had kunnen vermoeden.

Het begon allemaal op een zonovergoten zondagmorgen, een week voor ons gesprek, in het huis van Heleen en Henk Vente, een jong, sportief, gelovig, maar toch modern denkend stel. Ze genoten met volle teugen van het leven dat de Heer hun gegeven had. Henk is eigenaar van een succesvolle keten van fietsenwinkels, Heleen is fysiotherapeute met praktijk aan huis. Ze was die zondag met een onweerstaanbare drang, vroeg wakker geworden, had Henk wakker gekust en was bovenop hem gekropen. Hun gebeden voor een tweede kind waren nog niet verhoord; Sofietje was nu vierenhalf jaar. Heleen nam daarom, aangemoedigd door natuurlijke driften, het initiatief. Even verliefd als toen ze elkaar net kenden, gingen ze in elkaar op, tot de stem van Sofietje door de slaapkamer klonk: “Wat zijn jullie aan het doen?” Ze stond met Pop in haar armen bij de deur. Heleen schrok: hoelang had ze daar gestaan? Ze herstelde zich en sprak naar waarheid: “Wij zijn aan het vrijen, dat doen pappa's en mamma's om een broertje of een zusje te maken.” “Ik wil een zusje!”, had Sofietje stellig gezegd. Onderweg naar de kerk zong Sofietje liedjes, Heleen zong vrolijk mee, Henk genoot. De dominee kreeg een hand van de ouderling van dienst: meneer Grammink, naast ouderling ook hoofd van de plaatselijke basisschool, dezelfde school waar Sofietje naartoe ging. Hij was achterin de vijftig en, duidelijk merkbaar aan zijn houding en kleding, streng gelovig. De zondag ging voor het gezin Vente verder in alle rust voorbij. Sofietje speelde in het zwembadje terwijl Heleen en Henk van de zon genoten, niet wetend wat de toekomst voor hen in petto had.

De volgende avond belde meneer Grammink aan bij het huis van de familie Vente. Hij wilde de ouders van Sofietje spreken, nam aan de keukentafel plaats en legde zijn bijbel demonstratief voor zich neer. Heleen zorgde voor koffie, Henk had geen idee waarvoor de man op bezoek kwam. Grammink kwam meteen ter zake: hij vertelde dat hij door de juf van Sofietje was benaderd. Sofietje had in het kringgesprek in geuren en kleuren verteld wat ze gisteren in de ouderlijke slaapkamer had gezien. De juf was geschokt en hijzelf nog meer, vooral omdat het op de dag des Heren had plaatsgevonden. “U dient op de dag des Heren te vechten tegen de verdorven verlangens van het vlees”, betoogde hij, pakte zijn bijbel op en zei uit het hoofd: “'Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven', Romeinen 8. U had uw kind voor die zonden moeten behoeden, en u had haar ook moeten instrueren het aan niemand te vertellen. Het is een schande in de ogen van de Heer!” Heleen was door de onverwachte aantijgingen met stomheid geslagen, Henk kon niet nalaten Gramminks retorische aanval te pareren: “Meneer Grammink,” Henk keek hem vernietigend aan, “heeft u kinderen?” “Jazeker,” zei hij trots, “ik heb twee zoons en een dochter en ik heb al vijf kleinkinderen.” “Ik mag aannemen, meneer Grammink, dat uw kinderen niet door een onbevlekte ontvangenis zijn ontstaan. U heeft, volgens uw verwerpelijke ideeën dus meer gezondigd dan wij: wij hebben maar één kind. Hoe durft u over ons te oordelen?” Meneer Grammink ontstak in woede: “Wat zegt u daar? Wat zijn dit voor smerige insinuaties? Weet u wel wie u voor u heeft?” Nu was het voor Henk genoeg geweest. Hij stond op en verzocht hem meteen het huis te verlaten. “U hoort nog!”, riep Grammink ziedend, terwijl Henk hem naar buiten hielp zoals hij ook in de winkel bij lastige klanten deed.

Een paar dagen later werd er bij huize Vente een brief bezorgd, afkomstig van het Bureau Jeugdzorg. Ze deelden mede dat er naar aanleiding van een melding een onderzoek was gestart naar vermeende kindermishandeling betreffende Sofia Vente. Heleen was ondersteboven, Henk was woest. Het was overduidelijk dat de melding van Grammink afkomstig was. Zijn lage daad was voor Heleen en Henk reden om niet meer naar de kerk te gaan waar Grammink ouderling was, een signaal dat in de gemeenschap van Elskerk niet onopgemerkt zou blijven. Henk vertelde mij het verhaal die zaterdag met tranen in de ogen. Ik wilde hem helpen en werkte dezelfde avond aan het artikel waarin het misbruik van Gramminks positie aan de kaak werd gesteld; het was net op tijd voor de maandageditie.

Elskerk is een hechte gemeenschap waar het geval Grammink al de ronde had gedaan en de afwezigheid van de familie Vente in de kerk, opviel. Toen de Elskerkenaren de maandag erop de krant lazen, wisten ze meteen waar het artikel over ging. Voor sommigen was de maat vol: drie jonge mannen deden die week bij de plaatselijke politie aangifte tegen meester Grammink vanwege kindermisbruik; hij werd meegenomen voor verhoor. Het krantenbericht waarin de aangiftes en het verhoor werden gemeld deed nog vier oud leerlingen besluiten aangifte te doen, waarna Grammink in hechtenis werd genomen. Hij had zich jarenlang, door zijn intimidaties onopgemerkt, aan jongens uit zijn klas vergrepen. Elskerk was diep geschokt.

Henk en Heleen pakten de draad weer op, dankten God voor Zijn wijsheid en genoten op hun manier van het leven dat de Heer hun gegeven had. Ik vernam vandaag dat Heleen in blijde verwachting is van hun tweede kind. Sofietje vertelt aan iedereen dat ze een zusje krijgt.